Beste assessoren

Introductie van Luca Berbers, eerstejaars

Hoe ik bij Nimbin gekomen ben

Ik ben, zoals menig docent zal beamen, niet de beste student. Tenzij ik ergens echt een passie voor heb ben ik moeilijk vooruit te branden, maar gelukkig compenseer ik dat door simpelweg voor enorm veel dingen een passie te hebben. Het meest van alles geldt dat voor de filosofie. Mijn eerste ontmoeting met de filosofie gebeurde in mijn eerste jaar van de middelbare school. Ik ben begonnen in een gemengde brugklas met leerlingen van zowel vmbo, havo en vwo. Gedurende het eerste jaar werden drie vwo-dagen gehouden om leerlingen aan te moedigen om voor het hoogste niveau te gaan. Ik had allang door dat dat niet voor mij weggelegd was: dat zou betekenen dat ik hele dagen zou moeten gaan leren. Nee, daar had ik geen tijd voor, ik wilde met vrienden afspreken, ik wilde naar scouting, ik wilde bij de schoolkrant, de debatclub, de leerlingenraad, GSA en wat er dan ook maar aangeboden wordt. Toch heb ik alle drie de vwo-dagen bijgewoond en dat is maar goed ook, want daar kreeg ik dus mijn eerste lessen filosofie. Gegeven door een docent zo enthousiast dat hij haast op en neer sprong, was ik meteen gefascineerd voor het vak. Een fascinatie die blijkbaar zo zeldzaam was dat de man mijn naam die vier jaar later, toen ik eindelijk zijn lessen mocht volgen, nog wist (even ter vergelijking, er zaten ongeveer tweeduizend leerlingen op mijn school).

Ik was in mijn examenjaar totaal niet bezig met journalistiek. Daarvoor ook niet, eerlijk gezegd. Mijn familie roept al sinds de basisschool dat journalistiek zo goed bij mij zou passen en daar lachte ik ze altijd vierkant voor uit. Nee, ik had mijn ogen op filosofie aan Tilburg University gesteld, hoe nerveus ik ook werd van dat hoge niveau. Hoe ik daar ging komen was ik misschien nog niet helemaal uit, maar er zou vast wel een opleiding zijn waar ik kon oefenen met schrijven. Iets wat interessant genoeg was om in ieder geval dat ene jaartje vol te houden.

Toen gebeurde er iets dat achteraf gezien redelijk life-changing bleek te zijn: mijn docent mailde ons over een wedstrijd van de Dag voor de Filosofie, georganiseerd door onder andere Tilburg University. Uiteraard besloot ik meteen mee te doen. Ik had wat te bewijzen: als ik nog niet eens één zo’n essay kon schrijven, had ik niets te zoeken op de universiteit. Dus schreef ik met behulp van mijn docent een essay en stuurde ik het in, zonder ook maar te bedenken dat er een kans zou bestaan dat ik het ooit zou winnen. Je raadt het al, dat is dus precies wat er gebeurde: ik won.

Ik mocht naar de dag komen om mijn essay daar voor te lezen, wat ik achteraf gezien nog steeds een bizarre maar geweldige ervaring vind. Toen de dag bijna voorbij was ontmoette ik daar een aantal studenten en docenten van de universiteit, waaronder Wietske. Zij vertelde me dat zij een jaar journalistiek had gedaan om zo door te kunnen stromen naar de universiteit. Belangrijker nog, ze vertelde me over dit geweldige lesprogramma dat ze op die opleiding aanboden. Niet lang nadat Wiets en andere ex-Nimbinners me vertelden over de fantastische dingen die ze bij Nimbin gedaan en geleerd hebben, hing ik al met Monique aan de telefoon om me aan te melden. That’s right, ik heb me opgegeven bij Nimbin voordat ik me had aangemeld voor de FHJ!

Gezien mijn enthousiasme voor dit programma kun je je waarschijnlijk wel voorstellen hoe teleurstellend het was dat we zo veel ervaringen hebben moeten missen. Ik denk dat ik vooral daardoor weinig op mijn blog geplaatst heb. Waar Monique zei dat je het vooral moest gebruiken als persoonlijk dagboek (en ik dat in het begin ook vooral heb gedaan) merkte ik tijdens de lockdown dat mijn dagen en dus ook mijn blog steeds leger een saaier leken te worden. Ik merkte dat mijn blogposts steeds meer gereserveerd waren voor dingen die me écht raakten, zoals bijvoorbeeld het gesprek met Zohra of Daryl Davis.

Een aantal quotes van gesprekken die we gevoerd hebben en wat andere kleine dingen die me bijgebleven zijn.

Een aantal van deze dingen heb ik meegenomen tijdens mijn proces, een hele hoop dingen heb ik zelfs meegenomen in mijn dagelijks leven. Toch vond ik het moeilijk om me met de ontmoetingen bezig te houden tijdens de lockdown. Jos, mijn begeleider, vroeg me toen waar ik me dan wel mee bezig hield. “Mentaal gezond blijven”, zei ik lacherig, omdat me dat niet echt een goed antwoord op zijn vraag leek. “Dat valt me momenteel iets zwaarder dan gedacht”, bekende ik. “Nou, tada, dan heb je daar het onderwerp voor je productie!” Zo gezegd, zo gedaan: het eerste idee voor mijn uiteindelijke productie was geboren.

Achteraf baal ik natuurlijk dat ik zoveel dingen heb moeten missen door de lockdown, maar meer dan dat ben ik vooral dankbaar voor de dingen die ik wel heb mogen doen. Dankbaar voor Monique, die ik me ondertussen niet meer voor kan stellen zonder dat ze tranen heeft van het lachen, dankbaar voor de manier waarop ze alles en iedereen bij elkaar heeft kunnen houden tijdens een periode die voor iedereen zwaar viel. Dankbaar voor Jos, die na me na iedere tegenslag, hoe groot dan ook, toch nog gemotiveerd wist te houden (en dat, beste assessoren, is een heus wereldwonder). Altijd wisten zij me ervan te verzekeren dat alles echt wel weer goed kwam. En als zij er niet waren? Dan had ik nog 11 andere Nimbinners waar ik op kon vertrouwen. Jacco en Annelies voor raad, Guus en Bjorn voor goede discussies, Marieke en Megan om even mee te gillen en last but not least Emma met haar geweldige memes. Nee, het enige wat ik jammer vind aan Nimbin is dat het alweer voorbij is.

Maar goed, tot zo ver de korte introductie die ik eventjes gauw ging schrijven… Geniet van de rest van mijn blog!

Mijn eindproduct is hier te vinden: https://lucanimbin.law.blog/2020/06/29/afzondering-zonder-eenzaamheid-eindproductie/

Afzondering zonder eenzaamheid (EINDPRODUCTIE)

Toen premier Rutte de lockdown aankondigde, probeerden we zo lang mogelijk de schijn omhoog te houden dat alles nog normaal was. Dat lukte even, maar uiteindelijk bleek dit nieuwe normaal helemaal niet zo normaal te zijn. Net als mijn kat ondervond ik hoe het voelde om de hele wereld te moeten reduceren tot de hoeken van mijn kamer. Waar zij het raam opzoekt om een dutje te doen, staar ik naar buiten, nadenkend over hoelang het nog zou duren tot ik mijn vrienden weer kan zien. Anders dan haar ben ik het namelijk wel gewend om sociaal te zijn. Wat doet die afzondering precies met een wezen zo sociaal als de mens?

Ik sprak met filosofe Eva van Wijngaarden over het sociale leven tijdens de lockdown. Ze merkt in haar dagelijks leven als raadslid bij D66 op hoe anders het contact verloopt nu iedereen werkt vanuit zijn of haar woonkamer in plaats van op het kantoor. “Er zijn mensen die dit met droge ogen efficiënt kunnen noemen, maar daar kan ik me niets bij voorstellen. Je kunt via Zoom of Teams nog wel met een groep mensen een vergadering houden, maar je mist dan het meest sociale aspect: de subgroepjes. Je kunt geen grapjes fluisteren naar je buurman, geen praatje vooraf en geen borrel of momentje achteraf om het gezamenlijk af te sluiten. Door gestuntel met microfoons en internetverbinding kan niet iedereen evenveel bijdragen als voorheen. Sowieso voegt video volgens mij weinig toe aan een gesprek dat al online gevoerd moet worden. Als we dan toch niet echt samen kunnen zijn, waarom dan doen alsof? Online contact zal toch nooit dezelfde voldoening opleveren als face to face.”

Hier liep ik zelf ook steeds vaker tegenaan. Als we toch in lockdown zitten en we elkaar niet kunnen zien, waarom dan nog doen alsof alles normaal is door online contact te houden? Het zal toch nooit dezelfde voldoening opleveren. Wat dat betreft kun je verschillende gradaties van aanwezigheid onderscheiden. Je kunt elkaar in het echt zien en een knuffel geven; je kunt elkaar vanaf een afstandje fysiek ontmoeten; je kunt met iemand videobellen; je kunt gewoon bellen of je kunt iemand schrijven via bijvoorbeeld WhatsApp. Hoe langer we in de lockdown zitten, hoe meer maatregelen worden teruggedraaid en hoe dichter we opnieuw bij die eerste vorm komen waarbij je volledig contact met iemand kunt hebben. De vorm waarbij je de kamer warm voelt worden om je heen, je grapjes kunt maken, je dichtbij genoeg bent om iemands lichaamstaal te kunnen lezen enzovoorts. Het probleem is echter dat we voorlopig nog niet écht veilig terug kunnen schakelen naar die eerste vorm en we achterblijven met de keuze tussen allerlei soorten kunstmatig contact die lang niet dezelfde voldoening opleveren.

Behalve dat overmatig gebruik van sociale media nooit het gevoel van sociaal gemis kunnen compenseren, brengt het ook nog een risico met zich mee. Noorse filosoof Lars Svendsen, auteur van het boek ‘A Philosophy of Loneliness’, waarschuwt voor de gevaren. Volgens hem zijn mensen hypersociaal geworden. Waar je vroeger thuiskwam en de deur dichtdeed voor de sociale buitenwereld, is het nu haast onmogelijk om nog echt alleen te zijn. Dat terwijl juist die alleentijd zo belangrijk is: op die momenten denk je na over de dingen die echt belangrijk voor je zijn. Wat voor persoon je bent en wilt zijn, aan welke vrienden en doelen je waarde hecht… Allemaal zaken waar je je volgens Svendsen alleen bewust van kunt raken als je echt tijd neemt om alleen te zijn en te contempleren. Hij beweert dan ook dat een leven zonder voldoende afzondering een oppervlakkig leven is.

Dit idee sluit aan bij het principe van ‘wereldse ascese’ van Jan-Hendrik bakker. Ascese is een Grieks begrip dat duidt op een levenswijze waarbij je je onthoudt van genot, of in dit geval dus van de hele wereld. Volgens hem is wereldse ascese geen afzondering om alleen te zijn, maar om beter bij de wereld te kunnen horen. Je zondert je niet af omdat je bitter en eenzaam bent, je doet het juist om daar voldoening uit te halen, om dichter bij God te komen, jezelf te ontwikkelen of wat dan ook. Door te focussen op individualisme kun je sterker bij de samenleving terugkomen. “De wereld is in afzondering ver weg”, stelt Bakker nadrukkelijk. “Dat is ook de bedoeling en een voorwaarde, anders is het geen ascese.” Aan deze voorwaarde kun je alleen voldoen als je jezelf dwingt om dat hypersociale gedrag (en dus je ook sociale media) tijdelijk af te zetten.

Wat doe je dan, als je je sociale media afsluit en je het contact met de buitenwereld tijdelijk verbreekt? Massaal begonnen we de lockdown met het doen van de dingen die van ons verwacht werden: we forceerden een vast slaapritme, we gingen thuis sporten, studeren, wat dan ook. Het is zo gek dat we zo gewend zijn aan de druk die we altijd voelen, dat we deze zelfs op onszelf forceren wanneer dat totaal onnodig is. In tijden waarbij ik niets hoef te doen dan uit bed komen om te eten en mezelf levend te houden, forceer ik mezelf tot het volgen van online cursussen, het lezen van zo’n drieduizend boeken (misschien een beetje naar boven afgerond) en het urenlang skypen en facetimen en netflix-partyen en wat dan ook. En ja hoor, daar komt dat gevoel van stress weer zoals ik dat gewend ben, stress over zelf gezette deadlines die ik niet ga halen, afspraken die ik uitstel of algeheel vermijd, dat vreselijke gevoel van gebrek aan productiviteit. Ik niet alleen, nee, iedereen om me heen probeerde de lockdown te zien als een mogelijkheid om zoveel mogelijk te bereiken. Allemaal zoals we dat voorheen, in een wereld zonder Covid-19, ook gewend waren. Totdat we onszelf dus begonnen af te zonderen.

Langzaam zag ik vrijwel iedereen tot hetzelfde vraagstuk komen. Is het erg als we straks uit de lockdown komen zonder een extra diploma, zonder dat we een nieuw instrument kunnen bespelen, zonder dat we Chinees of Spaans of Portugees spreken? Is het erg als we geen vrijwilligerswerk hebben gedaan? Als je knapste prestatie is dat je in een recordtijd die ene netflixserie hebt gebingewatched? Hoe minder we online zaten, hoe meer we in onszelf terugtrokken, merkte ik binnen mijn directe omgeving op. Bovendien merkte ik dat we allemaal stiekem meer ideeën en inspiratie hebben dan we oorspronkelijk dachten. Door onze zelf ingestelde wereldse ascese begonnen we massaal terug te keren naar onze oorspronkelijke behoeftes, behoeftes aan dingen die niet beïnvloed worden door prestatiedruk. Ikzelf begon weer te schilderen, kocht een nieuw muziekinstrument en begon uit pure interesse aan mijn opleiding te werken. Zonder invloed van buitenaf was ik creatiever dan ooit.

Nietzsche had het verband tussen afzondering en creativiteit al veel eerder ingezien. In 1876 schreef hij zijn Eigentijdse Beschouwingen, waarin hij stelt dat de mens weet dat hij sterfelijk is en zich slechts eenmalig op deze planeet zal bevinden. Toch houdt de mens de schijn omhoog dat dit niet zo’n belangrijk gegeven is, alsof hij bang is dat zijn medemens hem zal veroordelen als hij de conventionaliteit doorbreekt. De oplossing is simpel: Nietzsche stelde dat (in ieder geval tijdelijk) al het contact met de medemens verbroken moest worden. Zij zouden een afleiding vormen, hij ging zelfs zo ver om te zeggen dat zij je tijd niet waardig zijn. Je moet juist opkijken naar de groteren, zoals filosofen en andere inspiratiebronnen. Zij zouden een goed voorbeeld vormen voor de manier waarop je je eigen leven zou moeten invullen.

Dat lijkt niet op het soort afzondering dat we nu tijdens de lockdown kennen. De mensen die zich nu opzettelijk afzonderen van hun omgeving, die zowel fysiek als online contact vermijden, doen dat vaak omdat het hen te veel wordt. Zij zoeken een uitweg van wat psychiaters zoals Dirk de Wachter ‘existentiële eenzaamheid’ noemen. Daarmee bedoelt De Wachter het gevoel van eenzaamheid dat onoverkomelijk verbonden is met het menselijke. Het is het constante gevoel van gemis, niet van een persoon of ding, maar vaak eerder van een zingeving. In een interview met de Volkskrant vertelt hij dat hij denkt dat de sleutel voor een zinvol leven in het samenleven met de medemens ligt. “We mogen het materieel gezien prima alleen kunnen, maar psychologisch kunnen we dat niet. We hebben anderen nodig.”

Dat brengt me al een stap dichterbij een antwoord op mijn vragen: uiteindelijk draait het dus om zingeving. We zijn sterfelijk, we zijn eenmalig op deze aarde, dus we moeten ons zo nuttig mogelijk maken. Maar wat doe je in een situatie zoals deze lockdown, waar je totaal geen invloed op kan uitoefenen? Je hoeft geen genie te zijn om te begrijpen dat het goed voor je is om je af en toe terug te trekken. Dat geldt zeker nu een pandemie een constant gevoel van machteloosheid verspreidt. Normaal leef je het leven, nu leeft het leven jou. Zou juist de realisatie van die machteloosheid het niet makkelijker maken om je er simpelweg bij neer te leggen?

De Franse filosoof Albert Camus schreef over de mythe van Sisyphus, die als straf door de goden opgezadeld werd met de taak om een rotsblok een berg op te duwen. Sisyphus duwde en duwde en toen hij bijna de top bereikt had, werd het rotsblok hem te zwaar en rolde het weer naar beneden. Dit bleef hem keer op keer overkomen. Deze taak vormde een ultieme straf, dachten de goden, Sisyphus was gedoemd tot zinloosheid. Hij deed echter het meest menselijke, iets waartoe de goden hem nooit toe in staat hadden geacht: hij legde zich erbij neer. Terwijl het rotsblok de berg afrolde wandelde hij al fluitende naar beneden, genietend van het uitzicht. Hij deed iets waar wij ten tijde van de lockdown alleen maar van zouden kunnen leren: hij begreep dat hij zich in een situatie bevond waarop hij geen invloed kon uitoefenen en legde zich hierbij neer.

Camus zegt dat het meest treffende gedeelte van het menselijk bestaan het contrast is tussen de menselijke behoefte aan duidelijkheid en zin, tegenover de absurde situatie van het leven in een wereld vol onduidelijkheid en zinloosheid. De wereld zal nooit tegemoetkomen aan ons verlangen naar zin. Juist het bewust zijn van deze tegenstrijdigheid zou de situatie verdraagzaam maken.

Dat, meer dan wat dan ook, zou volgens mij het beste advies zijn voor eenieder die moeite heeft met grip houden tijdens deze lockdown. De controle heb je, hoe vervelend je het ook vindt, verloren. Het enige wat je kunt doen is de situatie accepteren voor hoe zij is en beslissen hoe je hiermee om wilt gaan.

Bovendien lijkt het me een goede les voor na de lockdown: “Never waste a good crisis”, aldus Winston Churchill. Waarom hebben we allerlei vormen van escapisme nodig om ons af te leiden van de grote, enge dingen in ons leven? Waarom hebben we een onverzadigbare behoefte om onszelf bezig te houden? Het is alsof we te bang zijn om alleen te zijn met onze gedachten, misschien te bang om te denken aan de eindigheid van ons bestaan in dit universum, het idee van sterfelijkheid dat ons het gevoel geeft dat we een zo zinvol mogelijk leven moeten leiden. Misschien is daarom simpelweg bestaan niet genoeg. We moeten nog wat klusjes doen, dit doen, dat doen, met haar praten en ook nog met hem en als we toch bezig zijn moeten we ook nog daarheen. We kunnen geen enkele seconde verspillen. Door onszelf zo bezig te houden vergeten we echter wat echt belangrijk is.

Misschien hadden we deze lockdown dus even nodig. Het voelt alsof een hypothetische God ons naar onze kamer heeft gestuurd om na te denken over wat we hebben gedaan, dus dat heb ik aan de hand van enkele grote filosofen gedaan. Zo ben ik er dus achter gekomen dat de afzondering zoals we die tijdens de lockdown hebben meegemaakt niet zo slecht is als het lijkt, mits we die tijd op een goede manier invullen. Als er iets te leren valt van deze situatie is het wel dat we lang niet zoveel controle hebben als we dachten. Het enige waar we controle over hebben, is hoe we omgaan met deze controleloosheid.

Mijn leerdoelen (en wat daarvan terecht gekomen is)

Een van de lastigste dingen aan het begin van Nimbin vond ik het vaststellen van mijn eigen leerdoelen. Aangezien dit mijn eerste jaar op de FHJ is was ik nog niet helemaal bekend met de competenties en dingen die ik nog wilde leren had (en heb) ik er wel duizenden. Uiteindelijk heb ik mezelf gefocust op de volgende doelen:

  • Ik hoop meer bezig te kunnen zijn met filosofie
  • Ik wil beter leren schrijven (specifiek gedichten, maar ook gewoon in het algemeen)
  • Ik wil ook kennis maken met andere soorten media, documentaires maken lijkt me vooral interessant
  • Ik hoop uiteindelijk meer van mijn werk te kunnen (durven) delen

Tot mijn verrassing heb ik de meeste van deze doelen kunnen behalen. Hoe lager op de lijst, hoe moeilijker ik het vond, maar ik heb voor alles zo veel mogelijk mijn best gedaan. In deze post zal ik proberen te laten zien hoe ik met mijn doelen bezig ben geweest.

The end is in sight (and I don’t mean that as dark as it sounds)

So I have not been active at all the past few days (I’m going to be real honest here and say that by ‘days’, I mean ‘weeks’) but with the deadline quickly approaching, I think you can imagine why. Today, three days behind schedule, I finished my essay. Of course I am far away from done, but it has to be finished by now. I sure could’ve used another week though. Maybe two. Or five, really.

Although, I must say, with all that has happened, I’m proud of what I was able to pull off. My idiotic, I mean, slightly unhelpful teacher who gave me a double load of work compared to all the other Nimbin-students (there will be another blogpost explaining this oh so funny story), my little mistake that cost me three weeks worth of research and that other small issue. Can’t remember what that last one was, something to do with a global pandemic? I can’t recall.

Although I’m upset about missing out on so many experiences that would’ve been amazing, I’m still very glad that I got to do Nimbin this year. If it wasn’t for Monique and Jos, I really don’t know what I would’ve done these past few months. My expectations for Nimbin were unrealistically high and still I was surprised by just how great all of this was. I learned so much more than I thought I would and I’ll take those things with me for the rest of my years here at Fontys (and beyond).

Part two: doing part one (again.)

So after two days of feeling sorry for myself for having been born into the digital age, I opened my laptop again. Last night I took an Ucademy class on motivation. By that I mean that I watched the videos to prepare for a seminar I already missed two days ago due to lack of motivation to actually participate. Doing this now felt, well, pretty useless, until I finished the video and realised that I’d been writing and taking notes for three entire pages. Seeing as the hardest part is usually to sit down and to actually start writing, I’m going to give myself the benefit of the doubt to say that it’s a good start to, you know, get my shit done. We’ll see.

Learning moment, I guess

So remember the pictures I posted a couple of days ago? How I always write everything down and how it got way too messy? Well, to prevent that, I started writing everything down in Word straight away. I set up a file to help me make the most clear presentation of all of my sources, including the link, source, author, date and important bits that I wanted to use. With editing video on number one, making a list of all my sources is probably my second most hated journalistic obligation, but I sat down day after day and got it done. No more messy notebooks for me!

The one small detail I hadn’t completely thought through is the other document I had left open in Word, an older version of my sources. No big deal, Word leaves it open for like a few weeks before it actually closes the file on it’s own. I had forgotten all about it until last night, when Word asked me to save it before shutting down my laptop. I hit save, put my laptop away and went to bed, not thinking about it for another second. This morning I got up thinking I’d actually be productive today and that I’d start writing out my first try on the final essay. I opened up my source list and, yup, you got that right, everything was gone.

So after assessing the damage, it seems like I’ve lost about 3-4 weeks of research. I can find some of the websites I used back in my browsing history, but thanks to paywalls, I’ve been working in incognito-mode a lot. I was actually saying in the last meeting with Jos, Annelies, Sabien and I that it really felt like I was working so much more effectively now, that doing this cost so much time but that it would be worth it in the end and that I was glad I was doing it this way. Now, I wish I had stuck to those messy notebooks, because at least paper is permanent. I was supposed to start writing my first take on the final essay today, but instead I’m back to square one. I guess this is a learning moment, right? I almost forgot how much fun learning is. I’m really enjoying myself. It’s great. Would recommend. Just… Great.

Why 'This Is Fine' Is the Meme This Year Deserves - The New York Times

C h a o s


I’ve been keeping these notepads next to my laptop to write important things down on during classes or meetings, and it has resulted into this mess. Not only is all the information spread over three different notepads, but the nimbin notebook we got isn’t even one of those three. Although it’s kind of a good visualisation of the chaos that is my brain, it’s not the ideal way to work. It does however give me a chance to review all of this stuff and write it down a little more neatly in my nimbin notebook, which means it’s not totally a waste of time, right? …..Right?

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag