Afzondering zonder eenzaamheid (EINDPRODUCTIE)

Toen premier Rutte de lockdown aankondigde, probeerden we zo lang mogelijk de schijn omhoog te houden dat alles nog normaal was. Dat lukte even, maar uiteindelijk bleek dit nieuwe normaal helemaal niet zo normaal te zijn. Net als mijn kat ondervond ik hoe het voelde om de hele wereld te moeten reduceren tot de hoeken van mijn kamer. Waar zij het raam opzoekt om een dutje te doen, staar ik naar buiten, nadenkend over hoelang het nog zou duren tot ik mijn vrienden weer kan zien. Anders dan haar ben ik het namelijk wel gewend om sociaal te zijn. Wat doet die afzondering precies met een wezen zo sociaal als de mens?

Ik sprak met filosofe Eva van Wijngaarden over het sociale leven tijdens de lockdown. Ze merkt in haar dagelijks leven als raadslid bij D66 op hoe anders het contact verloopt nu iedereen werkt vanuit zijn of haar woonkamer in plaats van op het kantoor. “Er zijn mensen die dit met droge ogen efficiënt kunnen noemen, maar daar kan ik me niets bij voorstellen. Je kunt via Zoom of Teams nog wel met een groep mensen een vergadering houden, maar je mist dan het meest sociale aspect: de subgroepjes. Je kunt geen grapjes fluisteren naar je buurman, geen praatje vooraf en geen borrel of momentje achteraf om het gezamenlijk af te sluiten. Door gestuntel met microfoons en internetverbinding kan niet iedereen evenveel bijdragen als voorheen. Sowieso voegt video volgens mij weinig toe aan een gesprek dat al online gevoerd moet worden. Als we dan toch niet echt samen kunnen zijn, waarom dan doen alsof? Online contact zal toch nooit dezelfde voldoening opleveren als face to face.”

Hier liep ik zelf ook steeds vaker tegenaan. Als we toch in lockdown zitten en we elkaar niet kunnen zien, waarom dan nog doen alsof alles normaal is door online contact te houden? Het zal toch nooit dezelfde voldoening opleveren. Wat dat betreft kun je verschillende gradaties van aanwezigheid onderscheiden. Je kunt elkaar in het echt zien en een knuffel geven; je kunt elkaar vanaf een afstandje fysiek ontmoeten; je kunt met iemand videobellen; je kunt gewoon bellen of je kunt iemand schrijven via bijvoorbeeld WhatsApp. Hoe langer we in de lockdown zitten, hoe meer maatregelen worden teruggedraaid en hoe dichter we opnieuw bij die eerste vorm komen waarbij je volledig contact met iemand kunt hebben. De vorm waarbij je de kamer warm voelt worden om je heen, je grapjes kunt maken, je dichtbij genoeg bent om iemands lichaamstaal te kunnen lezen enzovoorts. Het probleem is echter dat we voorlopig nog niet écht veilig terug kunnen schakelen naar die eerste vorm en we achterblijven met de keuze tussen allerlei soorten kunstmatig contact die lang niet dezelfde voldoening opleveren.

Behalve dat overmatig gebruik van sociale media nooit het gevoel van sociaal gemis kunnen compenseren, brengt het ook nog een risico met zich mee. Noorse filosoof Lars Svendsen, auteur van het boek ‘A Philosophy of Loneliness’, waarschuwt voor de gevaren. Volgens hem zijn mensen hypersociaal geworden. Waar je vroeger thuiskwam en de deur dichtdeed voor de sociale buitenwereld, is het nu haast onmogelijk om nog echt alleen te zijn. Dat terwijl juist die alleentijd zo belangrijk is: op die momenten denk je na over de dingen die echt belangrijk voor je zijn. Wat voor persoon je bent en wilt zijn, aan welke vrienden en doelen je waarde hecht… Allemaal zaken waar je je volgens Svendsen alleen bewust van kunt raken als je echt tijd neemt om alleen te zijn en te contempleren. Hij beweert dan ook dat een leven zonder voldoende afzondering een oppervlakkig leven is.

Dit idee sluit aan bij het principe van ‘wereldse ascese’ van Jan-Hendrik bakker. Ascese is een Grieks begrip dat duidt op een levenswijze waarbij je je onthoudt van genot, of in dit geval dus van de hele wereld. Volgens hem is wereldse ascese geen afzondering om alleen te zijn, maar om beter bij de wereld te kunnen horen. Je zondert je niet af omdat je bitter en eenzaam bent, je doet het juist om daar voldoening uit te halen, om dichter bij God te komen, jezelf te ontwikkelen of wat dan ook. Door te focussen op individualisme kun je sterker bij de samenleving terugkomen. “De wereld is in afzondering ver weg”, stelt Bakker nadrukkelijk. “Dat is ook de bedoeling en een voorwaarde, anders is het geen ascese.” Aan deze voorwaarde kun je alleen voldoen als je jezelf dwingt om dat hypersociale gedrag (en dus je ook sociale media) tijdelijk af te zetten.

Wat doe je dan, als je je sociale media afsluit en je het contact met de buitenwereld tijdelijk verbreekt? Massaal begonnen we de lockdown met het doen van de dingen die van ons verwacht werden: we forceerden een vast slaapritme, we gingen thuis sporten, studeren, wat dan ook. Het is zo gek dat we zo gewend zijn aan de druk die we altijd voelen, dat we deze zelfs op onszelf forceren wanneer dat totaal onnodig is. In tijden waarbij ik niets hoef te doen dan uit bed komen om te eten en mezelf levend te houden, forceer ik mezelf tot het volgen van online cursussen, het lezen van zo’n drieduizend boeken (misschien een beetje naar boven afgerond) en het urenlang skypen en facetimen en netflix-partyen en wat dan ook. En ja hoor, daar komt dat gevoel van stress weer zoals ik dat gewend ben, stress over zelf gezette deadlines die ik niet ga halen, afspraken die ik uitstel of algeheel vermijd, dat vreselijke gevoel van gebrek aan productiviteit. Ik niet alleen, nee, iedereen om me heen probeerde de lockdown te zien als een mogelijkheid om zoveel mogelijk te bereiken. Allemaal zoals we dat voorheen, in een wereld zonder Covid-19, ook gewend waren. Totdat we onszelf dus begonnen af te zonderen.

Langzaam zag ik vrijwel iedereen tot hetzelfde vraagstuk komen. Is het erg als we straks uit de lockdown komen zonder een extra diploma, zonder dat we een nieuw instrument kunnen bespelen, zonder dat we Chinees of Spaans of Portugees spreken? Is het erg als we geen vrijwilligerswerk hebben gedaan? Als je knapste prestatie is dat je in een recordtijd die ene netflixserie hebt gebingewatched? Hoe minder we online zaten, hoe meer we in onszelf terugtrokken, merkte ik binnen mijn directe omgeving op. Bovendien merkte ik dat we allemaal stiekem meer ideeën en inspiratie hebben dan we oorspronkelijk dachten. Door onze zelf ingestelde wereldse ascese begonnen we massaal terug te keren naar onze oorspronkelijke behoeftes, behoeftes aan dingen die niet beïnvloed worden door prestatiedruk. Ikzelf begon weer te schilderen, kocht een nieuw muziekinstrument en begon uit pure interesse aan mijn opleiding te werken. Zonder invloed van buitenaf was ik creatiever dan ooit.

Nietzsche had het verband tussen afzondering en creativiteit al veel eerder ingezien. In 1876 schreef hij zijn Eigentijdse Beschouwingen, waarin hij stelt dat de mens weet dat hij sterfelijk is en zich slechts eenmalig op deze planeet zal bevinden. Toch houdt de mens de schijn omhoog dat dit niet zo’n belangrijk gegeven is, alsof hij bang is dat zijn medemens hem zal veroordelen als hij de conventionaliteit doorbreekt. De oplossing is simpel: Nietzsche stelde dat (in ieder geval tijdelijk) al het contact met de medemens verbroken moest worden. Zij zouden een afleiding vormen, hij ging zelfs zo ver om te zeggen dat zij je tijd niet waardig zijn. Je moet juist opkijken naar de groteren, zoals filosofen en andere inspiratiebronnen. Zij zouden een goed voorbeeld vormen voor de manier waarop je je eigen leven zou moeten invullen.

Dat lijkt niet op het soort afzondering dat we nu tijdens de lockdown kennen. De mensen die zich nu opzettelijk afzonderen van hun omgeving, die zowel fysiek als online contact vermijden, doen dat vaak omdat het hen te veel wordt. Zij zoeken een uitweg van wat psychiaters zoals Dirk de Wachter ‘existentiële eenzaamheid’ noemen. Daarmee bedoelt De Wachter het gevoel van eenzaamheid dat onoverkomelijk verbonden is met het menselijke. Het is het constante gevoel van gemis, niet van een persoon of ding, maar vaak eerder van een zingeving. In een interview met de Volkskrant vertelt hij dat hij denkt dat de sleutel voor een zinvol leven in het samenleven met de medemens ligt. “We mogen het materieel gezien prima alleen kunnen, maar psychologisch kunnen we dat niet. We hebben anderen nodig.”

Dat brengt me al een stap dichterbij een antwoord op mijn vragen: uiteindelijk draait het dus om zingeving. We zijn sterfelijk, we zijn eenmalig op deze aarde, dus we moeten ons zo nuttig mogelijk maken. Maar wat doe je in een situatie zoals deze lockdown, waar je totaal geen invloed op kan uitoefenen? Je hoeft geen genie te zijn om te begrijpen dat het goed voor je is om je af en toe terug te trekken. Dat geldt zeker nu een pandemie een constant gevoel van machteloosheid verspreidt. Normaal leef je het leven, nu leeft het leven jou. Zou juist de realisatie van die machteloosheid het niet makkelijker maken om je er simpelweg bij neer te leggen?

De Franse filosoof Albert Camus schreef over de mythe van Sisyphus, die als straf door de goden opgezadeld werd met de taak om een rotsblok een berg op te duwen. Sisyphus duwde en duwde en toen hij bijna de top bereikt had, werd het rotsblok hem te zwaar en rolde het weer naar beneden. Dit bleef hem keer op keer overkomen. Deze taak vormde een ultieme straf, dachten de goden, Sisyphus was gedoemd tot zinloosheid. Hij deed echter het meest menselijke, iets waartoe de goden hem nooit toe in staat hadden geacht: hij legde zich erbij neer. Terwijl het rotsblok de berg afrolde wandelde hij al fluitende naar beneden, genietend van het uitzicht. Hij deed iets waar wij ten tijde van de lockdown alleen maar van zouden kunnen leren: hij begreep dat hij zich in een situatie bevond waarop hij geen invloed kon uitoefenen en legde zich hierbij neer.

Camus zegt dat het meest treffende gedeelte van het menselijk bestaan het contrast is tussen de menselijke behoefte aan duidelijkheid en zin, tegenover de absurde situatie van het leven in een wereld vol onduidelijkheid en zinloosheid. De wereld zal nooit tegemoetkomen aan ons verlangen naar zin. Juist het bewust zijn van deze tegenstrijdigheid zou de situatie verdraagzaam maken.

Dat, meer dan wat dan ook, zou volgens mij het beste advies zijn voor eenieder die moeite heeft met grip houden tijdens deze lockdown. De controle heb je, hoe vervelend je het ook vindt, verloren. Het enige wat je kunt doen is de situatie accepteren voor hoe zij is en beslissen hoe je hiermee om wilt gaan.

Bovendien lijkt het me een goede les voor na de lockdown: “Never waste a good crisis”, aldus Winston Churchill. Waarom hebben we allerlei vormen van escapisme nodig om ons af te leiden van de grote, enge dingen in ons leven? Waarom hebben we een onverzadigbare behoefte om onszelf bezig te houden? Het is alsof we te bang zijn om alleen te zijn met onze gedachten, misschien te bang om te denken aan de eindigheid van ons bestaan in dit universum, het idee van sterfelijkheid dat ons het gevoel geeft dat we een zo zinvol mogelijk leven moeten leiden. Misschien is daarom simpelweg bestaan niet genoeg. We moeten nog wat klusjes doen, dit doen, dat doen, met haar praten en ook nog met hem en als we toch bezig zijn moeten we ook nog daarheen. We kunnen geen enkele seconde verspillen. Door onszelf zo bezig te houden vergeten we echter wat echt belangrijk is.

Misschien hadden we deze lockdown dus even nodig. Het voelt alsof een hypothetische God ons naar onze kamer heeft gestuurd om na te denken over wat we hebben gedaan, dus dat heb ik aan de hand van enkele grote filosofen gedaan. Zo ben ik er dus achter gekomen dat de afzondering zoals we die tijdens de lockdown hebben meegemaakt niet zo slecht is als het lijkt, mits we die tijd op een goede manier invullen. Als er iets te leren valt van deze situatie is het wel dat we lang niet zoveel controle hebben als we dachten. Het enige waar we controle over hebben, is hoe we omgaan met deze controleloosheid.

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag