2. Schrijven
Het moeilijkste aan schrijven, als je het aan mij vraagt althans, is om te beginnen. Daarom denk ik dat ik het meeste heb geleerd in de week van de antropologie, met name tijdens het citystalken. Simpelweg om ergens te gaan zitten en alles maar dan ook alles op te schrijven wat je ziet, het ging zoveel sneller dan gedacht. De ene seconde liet ik me zuchtend aan een tafeltje in het hoekje van een Amsterdams café zakken, geen idee waar ik over moest schrijven, de andere seconde was ik zes kantjes en meer dan een uur verder. Normaal heb ik zoveel moeite met het opbrengen van de concentratie om gewoon te gaan zitten en te schrijven, maar dat ging me na de week van de antropologie al een stuk beter af.
Als een idioot zat ik samen met Sabien in een Albert Heijn op de grond, met de idiote opdracht “zoek naar mensen hun rituelen”. Vervolgens bleken de meeste mensen inderdaad rituelen te hebben en ik schreef en schreef en schreef. Voor ik het wist stond Sabien alweer naast me, seinend naar mijn horloge omdat we hier alweer veel te lang hadden gezeten. In het begin vond ik het doel van deze opdrachten moeilijk te begrijpen, maar al snel vond ik plezier in de voor mij unieke schrijfopdrachten die we voorgeschoteld kregen.
Ook heb ik samen met alle andere eerstejaars een clubje Nederlands opgericht. Oorspronkelijk bedoeld als studiegroep voor het tentamen NL3, maar al snel deelden we onderling allerlei schrijfsels om elkaar van tips te voorzien. Dit samen met de extra hulp van Annemarie Rijkers en Elizabeth was misschien niet het meest Nimbinwaardige stukje van Nimbin, maar het heeft me zeker geholpen om wat systematische fouten binnen mijn schrijfstijl in te zien en te verbeteren.
