
1:32 AM – Goirle
Vandaag heb ik iets gedaan wat ik al veel te lang niet meer heb gedaan. Mijn oude kamer, waar ik liever niet meer kom, dient tegenwoordig als hobbykamer. Waar mijn bed stond staat nu een massagetafel, waar mijn michaeljacksonposters hingen hangen nu mijn vaders anatomische posters en het enige wat nog hetzelfde is gebleven is het bureau waar ik nu in quarantaine al mijn uren aan spendeer. Ik sloot mijn laptop weer eens veel te laat af en draaide een halve ronde in mijn bureaustoel. Toch raar, hoeveel je verandert door de tijden heen. Al het oude speelgoed van mij en mijn zus heeft zich hier in deze kamer verzameld, zoveel puinhoop en zoveel herinneringen waar ik liever niet aan herinnerd wil worden. De roze muren en stickers met die nu niet meer bestaande naam storen me, maar mijn ouders weigeren om mee te werken aan het wissen van de jeugd die zij nog wel graag willen herdenken. Mijn favoriete plek in deze kamer was vroeger (en is nog steeds) zonder twijfel het raam, hoe gek dat ook klinkt. Hij opent naar binnen en laat meer dan genoeg plek over om erin te gaan zitten, het oogt zelfs uitnodigend. Ik kijk naar het uitzicht waar ik vroeger al uren naar heb gekeken. Behalve het grijs van de parkeerplaats, straat en de huizen is er niet veel interessants te zien, maar toch zat ik hier vroeger bijna iedere dag of avond wel. Ik blik toch even terug op de week van de luiheid en grinnik, blijkt dat ik wel momenten heb waarop het absoluut niets doen me gemakkelijk afgaat. Mijn ogen zoeken de hemel af en komen al gauw uit op de maan. Iets erboven zie ik een flikkering die duidelijk feller en groter is dan alle sterren eromheen en ik weet dat dit Venus is, die toevallig vanavond te zien zou zijn. Het is raar dat je je zo blij en rustig kunt voelen, het is nog raarder dat er eigenlijk niet echt een woord is dat die emotie passend kan omschrijven. De enige term die in me opkomt is ‘at ease’ en dat klopt wel zo’n beetje.
Hoewel ik het ritme mis van iedere dag opstaan en naar de FHJ fietsen en college te volgen, voel ik me niet zo onproductief als ik had verwacht. Vandaag hadden we een gesprek met Arend van D66 over de provinciale staten. Hoe interessant ik de politiek ook vind, ik weet er beschamend weinig vanaf. Ik dacht dat ik door mijn gebrek aan voorkennis een hoop zou missen en dat ik waarschijnlijk snel de interesse zou verliezen, maar dat was absoluut niet het geval. Vooral zijn beeld over vrijheid onder burgers en de rol van de overheid daarin (door middel van nudgepaternalisme et cetera) vond ik een heel interessant discussiepunt en ik merkte dat ik daar met mijn filosofische voorkennis best wat dingen over kon zeggen. Dat deed me toch weer denken aan de vraag die ik las toen ik voor het eerst rondsnuffelde in de nimbin-drive: ‘What can you do that’s fantastic?’ Ik vond die vraag behoorlijk beangstigend, omdat er bijzonder weinig -sterker nog, niets- in me opkwam. Toch merk ik wel, zeker nu we in lockdown zitten, dat we allemaal stiekem meer connecties en ideeën en inspiratie hebben dan we oorspronkelijk dachten. Het is niet het Nimbin wat ik had verwacht, of waar ik op had gehoopt, maar misschien toch wel een beetje het Nimbin dat ik nodig had.
